“Opeens sta ik in het Warandepark te knuffelen met mensen die ik vijf uur daarvoor nog nooit had gezien”
- Mauro Michielsen
- 11 jan 2024
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 14 uur geleden

Oudjaar was magisch voor Mauro Michielsen. Een nacht in Brussel waarin onbekenden plots minder onbekend werden.
Ik heb even getwijfeld: zou ik oudjaar vieren met vrienden uit het middelbaar of met mijn nieuwe universiteitsvrienden die ik nog niet zo goed ken? Het wordt dat laatste.
Tibo, een van mijn nieuwste vrienden uit mijn studierichting, organiseert een kotparty. Daar sta ik dan voor de deur met een rolkoffer vol slaapspullen, alcohol en een bang hartje. Van de dertien genodigden ken ik enkel Tibo en twee anderen. ‘Kennen’ is veel gezegd: ik zat op een paar maanden tijd drie keer met hen op café. Ik ben dus een beetje nerveus.
Als ik binnenkom, zit iedereen aan een ronde tafel waarop flessen drank staan en snacks om in de airfryer te steken. De groep valt in twee delen op te splitsen. Aangezien ik niet aangesloten ben bij een studentenvereniging of op kot zit, behoor ik tot de groep ‘meegevraagd door vrienden’, die nog niemand kent. Naast de geur van frieten hangt er ook ongemak in de lucht. Even ben ik bang dat de avond een flop wordt. Misschien had ik toch beter op safe gespeeld en afgesproken met mijn middelbareschoolvrienden?
Maar hoe verder de avond vordert, hoe meer de spanning verdwijnt. Evenredig met de alcoholconsumptie neemt ook de gemoedelijkheid toe. We vertrekken naar het Warandepark voor het vuurwerk. Onderweg zingen we liedjes, mensen op de metro zingen mee. Er hangt een soort samenhorigheid in de lucht. Naast mij in het park staan twee schattige kindjes ongeduldig te wachten. Ik maak een praatje met hen. En dan is het zover: 3, 2, 1, happy New Year! Een prachtig vuurwerk barst los. Iedereen omhelst elkaar. Opeens sta ik te knuffelen met mensen die ik vijf uur daarvoor nog nooit had gezien.
Na het vuurwerk vertrekken we richting club. Het drasht. Doorweekt staan we aan te schuiven voor de deur. Ook de Franstaligen achter ons zijn natgeregend. Ik maak een praatje in mijn verschrikkelijk slechte Frans. Zij antwoorden in slecht Nederlands. In heel Brussel hangt een magische sfeer: iedereen is in feeststemming en extra vriendelijk.

We feesten tot vier uur ’s nachts. Op de nachtbus terug naar het kot zit ik naast Tibo. Hij is in slaap gevallen, dus socialize ik met het meisje dat naast mij staat. Ze heeft een leuke outfit aan en draagt coole ringen. Over dat laatste geef ik haar een compliment. Ik vraag of ik er een foto van mag nemen. Dat mag. Hoe geweldig is dat? Je kunt gewoon iemand aanspreken op de bus, vijf minuten babbelen om elkaar daarna nooit meer te zien. Waarom gebeurt dat alleen met oudjaar?
Het zet me aan het denken. Soms ben ik bang dat we de spontaniteit om in het openbaar iemand aan te spreken verloren zijn. Alsof er op een bepaald moment een gedragscode is afgesproken om elkaar te negeren. “Civil inattention”, heet dat volgens mijn cursus sociologie. “Beschaafde onverschilligheid”, zeg maar. In de bus, op straat en in de aula doen we alsof andere mensen niet bestaan. Hoe komt dat toch? Door de geïndividualiseerde samenleving? Door toenemende polarisatie? Omdat we geen oog meer hebben voor wat er rond ons gebeurt? Door onze telefoon die elk vrij moment opeist en de aandacht afleidt van de werkelijke wereld? Ik weet het niet.
Zelf weiger ik toe te geven dat sociale interactie met onbekenden onaanvaardbaar zou zijn. Zeg nu zelf: er is toch niets leuker dan onverwachts aangesproken worden? Een vriendelijke “goedemorgen”, een compliment over je outfit of een spontaan babbeltje over – hoe cliché ook – het weer. Soms raak je, als je geluk hebt, verwikkeld in een leuk gesprek.
Met oudjaar heb ik een van de mooiste nachten beleefd uit mijn leven, en dat met mensen van wie ik nooit verwacht had ze te leren kennen en van wie ik dacht dat ze niet echt mijn ‘type mensen’ waren. Met hen heb ik nu een band, dankzij één memorabele nacht. Een nacht waar ook twee schattige kindjes, een Franstalige vriendengroep voor de ingang van de club en een meisje met mooie ringen aan bijgedragen hebben.
Momenten als oudjaar verbinden mensen. Laat dat zijn wat ik u allen toewens: nieuwe ontmoetingen met mooie mensen. Wees liefdevol, of op z’n minst verdraagzaam. Gelukkig 2024!
bron: De Standaard


