top of page

‘Vandaag heb ik mijn laatste sigaret uitgedrukt’

Bijgewerkt op: 13 uur geleden


Dat hij nooit zou roken, wist hij toen hij tien was. Acht jaar later is Mauro Michielsen toch gezwicht. ‘Ik ontken het, maar ik denk dat ik ook verslaafd ben.’


Ik herinner me nog heel goed een gesprek dat ik ooit had op het perron van Brussel-Noord, ik moet ongeveer tien jaar geweest zijn. ‘Mama, waarom roken mensen?’ Ik haatte rokers en beloofde mezelf plechtig er nooit aan te beginnen.

Toch is de kans groot dat je mij op de universiteitscampus treft met een sigaret in de hand, acht jaar na het perrongesprek met mijn moeder. Ik ben niet de enige. Tussen de lessen door staat ­bijna iedereen te zuigen aan zo’n teerstokje. Jongeren roken ­massaal. Ook ik ben in de val getrapt.


Mijn rookverhaal begon een jaar geleden op de Oude Markt in Leuven. Tijdens het uitgaan is het bijna gebruikelijk dat ook niet-rokers af en toe een safje aansteken. In het begin heel af en toe. ‘Gelegenheidsroken’, zo noemt de zelfverklaarde gelegenheids­roker dat. Het ‘beste’ is de nicoflash, de korte roes die je ervaart als de nicotine binnenkomt. Ik weigerde zelf een pakje te kopen en had alles nog onder controle.


Enkele maanden later, in een stressy periode, gebeurde het toch: ik kocht mijn eerste pakje. In het begin bouwde ik drempels in. Als ik behoefte had in een sigaret, wandelde ik altijd naar hetzelfde bankje. Ik sloot een deal met mezelf: enkel daar, en max één per dag. Van één ging het naar twee, twee werden er soms drie. Voor ik het doorhad, was nicotine de ultieme ontlading.


En nu, met periodes, rook ik soms dagelijks enkele sigaretten na elkaar. Mijn ritueel beperkt zich niet tot dat ene bankje. ‘Mag ik je aansteker lenen’ is een gemakkelijke gespreksopener. Zeker op een campus waar je nieuwe mensen wil leren kennen.


Misschien is het sociale aspect van roken wel even verslavend als de nicotine. Het is gezellig om er af en toe eentje te roken met mijn nieuwe vrienden aan de VUB. Wel enkel vaste saffen, geen zelfgerolde. Dan doet een pakje kopen financieel tenminste nog pijn.


Roken is genormaliseerd bij jongeren. Of toch in mijn omgeving. Iedereen weet dat je er kanker en andere ziektes van krijgt, dat je je longen kapot maakt en dat nicotine schadelijk is voor de hersenontwikkeling. Maar hoe vaker mensen horrorverhalen vertellen, hoe resistenter, of onverschilliger, je wordt. Verslaving heet dat.


Als ik thuiskom van de campus krijg ik met moeite nog de vieze sigarettengeur van mijn handen gewassen. Intussen ben ik geen ­gelegenheidsroker meer. De nicoflash is nog zelden zo intens als in het begin. Ik ontken het, maar ik denk dat ik ook verslaafd ben.


De 10-jarige Mauro zou verdomd teleurgesteld zijn. Niet alleen hij. Mijn lief haat het dat ik rook. Ze walgt van mij, alleen al als ze zich het beeld van mij met een sigaret in de hand voorstelt. Ik doe alsof het me weinig kan schelen, maar ze heeft gelijk.

Deze column schrijf ik voor mezelf, als spiegel. Om de Mauro van nu te herinneren aan de walging voor roken van mijn 10-jarige zelf.


Om tegen de onverschilligheid en ontkenning te vechten en de afkeer voor sigaretten opnieuw te omarmen. Om de belofte aan mijn jonge zelf toch nog te kunnen vervullen: niet roken!


Ik heb besloten voortaan mijn sigaretten thuis te laten. Om de wereld te verkondigen dat ik ermee kap. Om publiekelijk te zeggen dat ik stop met mijn lichaam te vervuilen met teer. Vandaag heb ik mijn laatste sigaret uitgedrukt.


Laat dit een oproep zijn aan alle rokers. Roep de kinderlijke ­afkeer in uzelf naar boven. Doe het voor uw kinderen, lief, ouders, de rest van de wereld, maar bovenal, doe het voor uzelf.


LAAT VAN JE HOREN!

Wil je reageren? Een vraag, een idee, of zin om mee te bouwen? Contacteer me.

MAURO MICHIELSEN.

vooruit-logo-wit.png

Senator & gemeenteraadslid Vooruit  ·  © 2026

bottom of page