top of page

‘Of ik op een politieke lijst wil staan? Daar moet ik eens goed over nadenken’

Bijgewerkt op: 13 uur geleden



Mauro Michielsen herkent heel wat strijdvaardigheid bij zichzelf en generatiegenoten om van de samenleving een betere plek te maken. Maar is je engageren in een politieke partij dan de aangewezen volgende stap?





Ik moet toegeven, ik zat even met de handen in het haar. Waarover wil ik het deze week hebben? Tot ik begin deze week telefoon kreeg van een politicus, met de vraag of ik ‘op een politieke lijst wil staan om mijn leeftijdsgenoten te vertegenwoordigen?’


De stem van jongeren vertolken, dat is wat ik graag doe, wat mij energie geeft en wat ik in deze columns probeer te doen. Het is de rode draad in mijn leven: ik zat in de leerlingenraad, maakte een theatervoorstelling over mijn generatie en werd op mijn zestiende voorzitter van de Scholierenkoepel. Ik ben een van die jongeren die gelooft dat je de wereld beter kunt maken door je stem te gebruiken. Je kunt dat naïef noemen, maar ik vind de ­gedachte dat de wereld maakbaar is, geruststellend.


Als voorzitter van de Scholierenkoepel zat ik aan tafel met ­ministers en parlementsleden en vertegenwoordigde ik mijn leeftijdsgenoten in de media. Zie het als een vakbondsafgevaardigde, maar dan van scholieren. De eerste keer dat ik met politici in gesprek ging, was om ons advies en beleidsaanbevelingen over schoolkosten toe te lichten. Het is best intimiderend om als ­zestienjarige in het Vlaams Parlement binnen te wandelen. Ik kwam aan tafel te zitten tegenover vijf beroepspolitici om een uur lang over grotemensenonderwerpen te praten. Ze luisterden beleefd, al vraag ik me nog steeds af of ze onze boodschap daadwerkelijk hebben gehoord.


Wanneer je als jonge persoon je hoofd boven het maaiveld uitsteekt, krijg je vaak te maken met weerstand. Ik heb het gevoel dat ik als jongere mijn geloofwaardigheid harder moest verdienen. Toch heeft me dat nooit tegengehouden. Want ik kreeg ook wekelijks berichten van jongeren die zich gehoord voelen, dankbaar waren dat ik in de media bracht waar zij van wakker lagen. Ik had het gevoel dat ik dat verschuldigd was aan mijn medejongeren. Ik wil ook niet te veel pluimen op mijn eigen hoed steken. Uiteindelijk laat ik mij ook maar inspireren door andere gepassioneerde jongeren. ­Julien de Wit schreef op 23-jarige leeftijd een boek, Amir ­Bachrouri is een vaste gast in praatprogramma’s, naam- en leeftijdsgenoot Mauro Pauwels heeft een podcast over politiek en goede vriendin Manon Quinet sprak vorige maand nog de Verenigde Naties toe als jongerenvertegenwoordiger – om maar enkele kleppers te noemen.


En natuurlijk hoeft het niet altijd groots te zijn. Ik heb minstens evenveel bewondering voor de duizenden jongeren die zich engageren in de jeugdbeweging, die na school huiswerkbegeleiding geven aan kwetsbare kinderen of die hun bejaarde buurvrouw geregeld gezelschap houden.


De toekomst stemt mij hoopvol. Jongeren zijn strijdvaardiger dan ooit. Er staat een nieuwe generatie beleidsmakers klaar. ­Jongeren met een mening, met talent. En vooral: met hoop. Hoop dat het anders kan. De wil om het beter te doen dan de ­politici die er op dit moment een puinhoop van maken.


Als jongere kun je niet anders dan opkomen voor je idealen. Beslissingen die nu genomen worden, bepalen hoe ons leven er later uit zal zien. Je moet verontwaardigd blijven, en tegelijk hoopvol. Positiviteit, in combinatie met een tikkeltje jeugdige ­naïviteit, is de brandstof van verandering. Dat geloof ik echt. ­Maar of ik daarom de politiek in wil, daar moet ik nog eens goed over nadenken.

LAAT VAN JE HOREN!

Wil je reageren? Een vraag, een idee, of zin om mee te bouwen? Contacteer me.

MAURO MICHIELSEN.

vooruit-logo-wit.png

Senator & gemeenteraadslid Vooruit  ·  © 2026

bottom of page