‘Ik nam het mijn ouders kwalijk dat we van Brussel naar Leuven waren verhuisd’
- Mauro Michielsen
- 23 nov 2023
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 7 mrt

Wat als zijn ouders niet van Brussel naar Leuven waren verhuisd? Mauro Michielsen vraagt zich weleens af hoe zijn leven er anders uit had kunnen zien.
In 2018 besloten mijn ouders te verhuizen van het chaotische en overprikkelende Brussel naar het welvarende, groene en soms geitenwollensokken dragende Kessel-Lo. Ik was veertien toen we in ons nieuw huis trokken, waar ik nu nog steeds woon. Achter ons starten de velden van het Hageland, voor ons ligt de stad Leuven, op een kwartiertje fietsen. Ik mag niet klagen: we hebben een modern huis met een grote tuin. Toch wringt het soms nog: mijn hart ligt nog steeds in Brussel.
Mijn ouders waren het vuil op de straat beu, de verkeerschaos, de luchtvervuiling en de onveiligheid. Van die problemen had ik zelf geen last. Ik was gelukkig in Brussel. Ik vond het moeilijk te aanvaarden dat mijn ouders absoluut wilden verhuizen en heb hen lang egoïsme verweten. Nochtans weet ik dat ze het ook voor mij deden. Als kind kwam ik net uit een moeilijke periode. Wegtrekken uit de stad en naar het groen, zou me goed doen.
Ook nu, zes jaar later, neem ik het mijn ouders soms nog steeds kwalijk. Verhuizen naar een nieuwe omgeving, in je puberteit, is echt niet vanzelfsprekend. Ik was net klaar met de lagere school toen de beslissing viel dat we een jaar later zouden verhuizen. Normaal zou ik naar ‘de grote school gaan’ in hartje Brussel, maar met de verhuis in aantocht startte ik op een college in Leuven. Als eerstejaarsje stond ik een jaar lang vroeg op om te pendelen met de trein van Brussel-Noord naar Leuven. Mijn oudere zus besloot in Brussel haar middelbare school af te werken. Soms ben ik jaloers op haar. Haar leven geeft me een beeld van wat het mijne had kunnen zijn. Zij kent de stad en spreekt nu Frans. Ik niet.
Als veertienjarige verlangde ik ernaar om met vrienden de stad in te trekken. Tot ‘s avonds chillen op café en door de straten te slenteren. Dingen beleven, zeg maar. Ik heb dat allemaal wel gehad in Leuven, maar uiteindelijk is het ook niet meer dan een middelgrote stad met een station, een centraal plein en daartussen een grote winkelstraat. En de Oude Markt natuurlijk. Omdat ik Brussel gewoon was, raakte ik snel uitgekeken op Leuven. Tegelijk heb ik het gevoel dat ik de stad waarin ik de eerste veertien jaar van mijn leven woonde, nooit écht heb kunnen ontdekken.
Begrijp me niet verkeerd: Leuven heeft me ook veel goeds gebracht. Zonder de verhuis had ik nooit een theatervoorstelling kunnen maken bij Fabuleus. Ik was twee jaar lang voorzitter van de Scholierenkoepel, waarin ik ben terechtgekomen via de Leuvense leerlingenraad. Ik denk vaak aan hoe mijn leven er anders had kunnen uitzien als mijn ouders niet waren verhuisd, maar misschien idealiseer ik gewoon wat mijn leven in Brussel had kunnen zijn.
Nu is de toetsing aan de realiteit aangebroken, want ik studeer sinds september in Brussel. Voor mij was het een evidentie om terug te keren naar ‘mijn stad’. Ik kreeg het niet aan mensen uitgelegd dat ik niet in Leuven wou studeren. ‘De stad van bier en feest, en de beste universiteit van Vlaanderen. Wat wil je liever als student?’ Wel, verdwalen in de straten van de grootstad. Verrast worden door het grote en onbekende. Ontroerd worden door de atypische taferelen op elke straathoek, gek geklede mensen en de diversiteit aan talen en culturen. Ik vind het ontzettend inspirerend, en sexy.
In mijn oren speelt Angéle. ‘Bruxelles je t’aime. Tu m’avais manqué. T’es la plus belle, oui t’es la plus belle.’

