Het busstation barst uit zijn voegen. Zo maken we het veiliger, stap voor stap.
Bijgewerkt op: 2 okt

Vanavond staat het Martelarenplein op de gemeenteraad. Een goed moment om er wat langer bij stil te staan dan een tussenkomst van vijf minuten toelaat.
Ik passeer er bijna elke dag. Ook ik loop tussen de bussen door, ook ik kijk drie keer, en ook ik voel me daar niet altijd veilig. Dat is niet zo gek: het is het drukste busstation van het land, waar in de spits tot 180 bussen per uur passeren.
In gesprekken met Leuvenaars komt het vroeg of laat altijd naar boven. Het leeft duidelijk. En iedereen zegt eigenlijk hetzelfde: dit voelt niet goed, hier zou toch iets aan moeten gebeuren. Begin deze maand raakte er opnieuw iemand zwaargewond.
Het busstation is aangelegd voor een stad die een kwarteeuw geleden veel kleiner was. Sindsdien kwamen er meer studenten, meer pendelaars, meer treinreizigers bij. De drukte groeide mee, het ontwerp niet. Het station barst uit zijn voegen.
Zoiets los je niet in ƩƩn, twee, drie op. Er bestaat geen toveroplossing. Maar dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om te blijven zoeken naar oplossingen die de verkeersveiligheid aan het busstation verbeteren.
Jarenlang is die plek verdedigd met het idee van gedeelde ruimte: door zo weinig mogelijk aan te duiden, zou iedereen vanzelf beter opletten, net omdat niemand zeker is van zijn voorrang. Op sommige plekken werkt dat. Maar er geldt ƩƩn voorwaarde: het verschil in massa tussen de weggebruikers moet beperkt blijven. Aan een busstation haal je die voorwaarde nooit. Tussen een voetganger en een bus van vijftien ton bestaat geen gedeelde ruimte.
Het station barst uit zijn voegen. Zoiets los je niet in ƩƩn, twee, drie op. Er bestaat geen toveroplossing.
De groene en rode markeringen die De Lijn er na 2024 aanbracht, illustreren dat goed. Ze moeten aangeven waar je best loopt, maar het zijn suggesties zonder juridische waarde. Nog steeds heeft de bus er voorrang, niet de voetganger. Bijna niemand weet dat. Je ziet groene verf en denkt dat je goed zit. Die verwarring is niet onschuldig.
Er loopt momenteel een studie over de toekomst van het busstation. Daar ga ik niet op vooruitlopen: ik ben geen verkeersingenieur. Maar ik heb de voorbije weken wel alles teruggelezen wat de afgelopen jaren over deze plek gezegd en geschreven is. En er liggen enkele pistes op tafel die de moeite waard zijn, deels geĆÆnspireerd door wat buschauffeurs zelf zeggen.
Wat vandaag al kan
De eerste piste begint bij perron 1. Daar gebeurden de recente zware ongevallen, en de chauffeurs leggen precies uit waarom: wie uit de spoorwegtunnel komt, staat na drie meter op de busbaan, net waar de bussen hun draaibeweging maken. Een bus die daar stilstaat neemt het zicht weg van voetgangers weg, die er om en tussen de stilstaande bussen oversteken en zo onverwachts de rijbaan opkomen.
Perron 1 tijdelijk buiten dienst stellen kan snel. Het is een eindhalte, dus je hoeft geen overstappen te herschikken. Maar op zichzelf is het maar een deel van de oplossing: de bussen blijven er rijden, de draaibeweging blijft. Verplaats je die lijnen naar een ander perron, dan verschuif je enkel het probleem.
Daarom hoort perron 1 samen met een tweede, structurelere piste: de ontkoppeling op de oude stelplaats van De Lijn, honderd meter verderop. Enkele lijnen daarnaartoe verplaatsen haalt structureel druk van het plein, in plaats van ze te verschuiven binnen dezelfde ruimte. Het is dus een eerste stap in die ontkoppeling, geen losstaande maatregel.
Voor mij is die ontkoppeling de belangrijkste piste van allemaal. Alle andere maatregelen maken een te druk busstation iets veiliger. Deze maakt het busstation minder druk. Het is bovendien geen nieuw idee. Het staat in ons bestuursakkoord, waarin we ons engageren om na te gaan of een betere spreiding van de bushaltes mogelijk is. Het onafhankelijk onderzoek over deze plek komt tot dezelfde conclusie. En het Vlaams regeerakkoord is er duidelijk over: wacht niet op de grote werken om ingrepen te doen die de veiligheid meteen verhogen.
Wat we moeten meenemen in de heraanleg
De heraanleg van het Martelarenplein start midden volgend jaar. Dat is het moment om de voetgangersstromen fundamenteel anders te organiseren, niet enkel om het plein op te frissen.
Daar horen drie dingen samen.

Ten eerste: drie volwaardige zebrapaden rond de stationszone. Het verschil met vandaag is niet cosmetisch, maar juridisch. Een zebrapad geeft de voetganger echte voorrang. Groene verf doet dat niet.
Ten tweede: een echte ondergrondse verbinding via parking De Bond. Die doorgang bestaat trouwens al, maar bijna niemand vindt hem, ondanks de markering. Zonder lift is hij bovendien niet voor iedereen toegankelijk. Ook dat staat in ons bestuursakkoord: de doorgang vernieuwen, zichtbaar maken en er een lift in zetten. Laat ons dat dan ook meenemen in de werken, in plaats van het te bewaren voor later.
Ten derde: ook binnen de stationszone zelf moeten we nadenken over een echte voorrangsregeling voor voetgangers, in de geest van wat we op de Grote Markt hebben gedaan. Daar bepalen de voetgangers het tempo en passen bussen, taxi's en fietsers zich aan. Iedereen weet dat hij daar te gast is. Aan het busstation is dat vandaag net omgekeerd geregeld.
Een voorrangsregeling binnen de zone voer je natuurlijk niet zomaar in met ƩƩn bord. Het is een terechte vraag wat dat doet met honderdtachtig bussen per uur.
Zo'n regeling neemt de dubbelzinnigheid weg. Geen verf die bescherming suggereert, maar een regel die klopt. De zebrapaden en de ondergrondse doorgang verbeteren vooral hoe je aan het busstation geraakt, maar niet hoe je je tussen de bussen beweegt. Daarom horen die maatregelen samen. Het een zonder het ander is een halve oplossing.
Een voorrangsregeling binnen de zone voer je natuurlijk niet zomaar in met ƩƩn bord. Het is een terechte vraag wat dat doet met honderdtachtig bussen per uur. Ik vraag niet dat het er morgen ligt. Ik vraag dat het onderzocht wordt. Tot vandaag heb ik dat nergens getoetst zien worden.
Wat de volgende stap moet zijn
Waar het echt vastloopt, is niet bij een gebrek aan ideeƫn. De pistes liggen op tafel. De studies lopen. Iedereen ziet dat er iets moet gebeuren. Maar dit dossier ligt verspreid over de stad, De Lijn en de vervoerregio. Iedereen is verantwoordelijk voor een stuk. En precies daardoor dreigt niemand verantwoordelijkheid te nemen voor het geheel. Dat moet anders.
Mijn oproep: ga met De Lijn rond de tafel over perron 1 en de ontkoppeling. Onderzoek ernstig wat een echte voorrangsregeling voor voetgangers kan betekenen. En zodra de studie er is: breng iedereen samen, neem beslissingen en voer uit.
Durf maatregelen te nemen op korte termijn, zonder te wachten op de grote werken. Dit busstation is te belangrijk en te druk om te blijven wachten tot het volgende ongeval ons opnieuw wakker schudt.
Veiligheid vraagt meer dan bezorgdheid. Ze vraagt verantwoordelijkheid. Roepen dat het schandalig is, is makkelijk. Oplossingen zoeken is moeilijker. Bij deze: een poging.
bronnen: masterpaper student ruimte & mobileit (KU Leuven), opiniestuk Dirk Lauwers (De Morgen), bestuursakkoord, artikels VRT NWS, HLN & Nieuwsblad
Ā


