top of page

Mauro Michielsen: “Alles is de laatste tijd veel duurdergeworden, ook de school”

  • Foto van schrijver: Tribune
    Tribune
  • 1 mei 2023
  • 5 minuten om te lezen


De Vlaamse Scholierenkoepel is de officiële stem van de Vlaamse scholieren. Op vraag van de minister van Onderwijs of een andere koepel formuleert hij adviezen over het welzijn van de Vlaamse scholieren. Soms neemt de koepel ook zelf initiatief, zoals recent over de oplopende schoolkosten in het secundair onderwijs. Betaalbaar onderwijs is een heet hangijzer. ACOD Onderwijs vroeg meer uitleg aan Mauro Michielsen, voorzitter van de Vlaamse Scholierenkoepel.


Hoe kwam jullie advies tot stand?


“Bij het begin van ieder schooljaar vragen wij aan onze algemene raad wat onze prioriteiten van dat jaar zijn, want wij vertrekken altijd vanuit de stem van de scholieren. Dit jaar was betaalbaar onderwijs misschien wel dé prioriteit. Op zich is dat niets nieuw, het thema leeft al zeer lang, ook in onze organisatie. We hadden al een advies over schoolkosten en de maximumfactuur, maar nu was de context anders. Alles is de laatste tijd veel duurder geworden, ook de school.”


Wie raadpleegden jullie om tot een representatief advies te komen?


“We deden een enquête bij 580 respondenten uit 192 scholen. We bespraken de resultaten met scholieren en kwamen zo tot enkele zeer concrete beleidsaanbevelingen, niet alleen voor de minister en de koepels, maar ook voor de scholen en de onderwijsinspectie.” Hoe zien jullie de maximumfactuur in het secundair onderwijs concreet?


“Die moet er ongeveer zoals de maximumfactuur in het basisonderwijs uitzien. Bepaalde zaken moeten gratis ter beschikking gesteld worden. Er moet een maximumbedrag worden vastgelegd, zodat de verschillen tussen de scholen kleiner worden, want nu zijn die zeer groot. In het basisonderwijs is er natuurlijk maar één studierichting, in het secundair zijn er veel, wat de verschillen in schoolkosten voor een deel verklaart. Wij vragen niet dat voor al deze richtingen hetzelfde maximumbedrag wordt vastgelegd, sommige richtingen zijn nu eenmaal duurder dan andere. Wij vragen dus een maximumfactuur per richting.”


Het gevolg is dan wel dat sommige leerlingen om financiële redenen moeten kiezen voor een goedkopere studierichting. Ik zou graag fotografie volgen, maar mijn ouders kunnen dat niet betalen, dus neem ik maar een ASO-richting.


“Een maximumfactuur per richting is sowieso al een stap in de goede richting, omdat de studiekosten omlaag worden getrokken en de scholen hopelijk gaan nadenken over een kostenbewust beleid. Dit staat ook uitdrukkelijk in ons advies: denk eens na over de kosten die jullie aanrekenen, kan dat niet efficiënter? Bovendien kunnen voor de meest kwetsbare gezinnen extra maatregelen getroffen worden, zoals gespreide betalingen.”


Heb je er een idee van hoeveel leerlingen hun studiekeuze of schoolkeuze laten afhangen van de kosten die aan een bepaalde richting verbonden zijn?


“Ik kan geen cijfers geven, maar die verhalen zijn er wel degelijk. Voor ons zijn dat alarmsignalen, ze tonen aan dat er effectief een probleem is.” Misschien kan je onze leden een paar tips geven? Wat kunnen zij doen om de studiekosten van hun leerlingen te beperken?


“De rol van de leerkrachten is niet beperkt tot het beheersen van de schoolkosten. Zij staan het dichtst bij de leerlingen en kunnen kijken hoe het met hen gaat. Als een leerling na drie maanden nog steeds geen boek of rekenmachine heeft, dan kunnen zij dat als eerste detecteren. Ook problemen thuis, zoals een echtscheiding, hebben invloed op het al dan niet kunnen betalen van de schoolkosten. Voorts kunnen zij ook nadenken over welke boeken ze de leerlingen laten kopen. Hebben wij nog woordenboeken nodig wanneer we alles kunnen opzoeken op onze laptops? Moeten we boeken kopen die we na het zesde jaar niet meer nodig hebben? Ten slotte hebben leerkrachten ook inspraak op het niveau van de school of het schoolbestuur. Ze kunnen er mee op toezien dat bijvoorbeeld uitstappen betaalbaar zijn of dat boeken zo goedkoop mogelijk worden aangekocht.”


Heb je er een idee van hoeveel leerlingen van school wegblijven omdat ze moeten werken voor hun studies of om bij te dragen in het huishouden?


“Dit zal zich vaak onder de radar afspelen. Sommige scholen zijn bewust bezig met dit probleem, andere niet. Ook hier kan de leerkracht een rol spelen door dit op te merken en te signaleren. Het doet me denken aan menstruatiearmoede, waardoor leerlingen die geen menstruatieproducten kunnen kopen regelmatig thuisblijven van school. Hier wordt het recht van iedere jongere op onderwijs geschonden, met zulke toestanden kunnen we vandaag geen genoegen meer nemen.”


Wat in jullie advies niet voorkomt, is een boekenfonds waar de leerlingen hun handboeken kunnen huren. Zo kan je de schoolrekening flink doen dalen. Natuurlijk kan je zo de aankoop van invulschriften niet vermijden, maar de rekening wordt wel lager.


“Wij zijn geen voorstander van invulboeken, niet om principiële redenen, maar omdat ze vaak niet helemaal worden ingevuld. Een boekenfonds is een goed voorbeeld van een efficiënte manier om de kosten te drukken. Veel scholen hebben een boekenfonds en ik begrijp niet dat niet alle scholen dat organiseren. Eigenlijk hoort het tot de primaire taken van de school, ervoor zorgen dat de leerlingen hun gerief hebben.”


Zijn er op het vlak van schoolkosten verschillen tussen de scholen onderling?


“Een parlementslid van Vooruit heeft in de media gebracht dat die verschillen kunnen oplopen tot 500 euro. We weten al langer dat de verschillen er zijn en dat ze alsmaar toenemen. Dat komt doordat sommige scholen bewust niet bezig zijn met de beheersing van de kosten en zich tot een bepaald publiek richten, terwijl andere scholen een sociaal beleid voeren en in allerlei ondersteunende maatregelen voorzien. We willen dat niet: langs de ene kant scholen voor leerlingen die financieel minder sterk staan en langs de andere scholen voor wie het wel allemaal kan betalen. Is het niet beter in iedere school een mix te hebben, een populatie die een afspiegeling is van de samenleving? Vandaag wordt dat ook verhinderd door de schoolkosten.”


Ook de laptops kunnen de schoolfactuur opdrijven.


“Momenteel werken wij op twee sporen, want niet abnormaal is, want we zitten in een overgangsfase. Niet iedereen heeft al een laptop gekregen, maar de leerlingen moeten soms wel mee betalen voor de aanpassing van de IT-infrastructuur op school. Bovendien moeten ze in sommige die laptop mee naar school brengen, maar blijft die meestal in hun rugzak zitten. Toch betalen ze wel én voor de laptop én voor de handboeken. Dat komt misschien omdat niet alle leerkrachten weten hoe ze in hun les met laptops kunnen werken en dat kan niet de bedoeling zijn. Hier moet de school haar rol spelen en een beleid uitwerken.”


Zijn er in deze ook grote verschillen tussen scholen?


“Zeker. Ze hebben allemaal geld gekregen om laptops te kopen, maar ze hebben de middelen geld niet altijd op dezelfde manier besteed. De ene school heeft een vergelijkende studie van laptops gemaakt en onderzocht wat voor de leerlingen de beste keuze was of heeft niets doorgerekend aan de leerlingen, de andere heeft de eerste de beste laptop gekozen, de aankoopprijs aan de leerlingen doorgerekend en het geld van Digisprong (Europese middelen bestemd voor de digitalisering van het onderwijs, red.) geïnvesteerd in de ICT-infrastructuur. Zo worden weer verschillen gecreëerd tussen de scholen en dat kan niet de bedoeling zijn.”


bron: Tribune

LAAT VAN JE HOREN!

Wil je reageren? Een vraag, een idee, of zin om mee te bouwen? Contacteer me.

MAURO MICHIELSEN.

vooruit-logo-wit.png

Senator & gemeenteraadslid Vooruit  ·  © 2026

bottom of page